|
|
Eerste Vlaamse Local Exchange & Trading System in Leuven
Leuven.- Over de oorsprong heerst ietwat onduidelijkheid; dit zou zowel
in Canada als Australië kunnen liggen. Doet er ook niet toe. Op dit moment
zijn er een paar duizend mensen in verschillende landen, met vooral Canada,
Nederland en Wales als koplopers, actief in het zogenaamde LETS-circuit, waarbij
het vierletterwoord staat voor Local Exhange & Trading System, een kleinschalig
bedoelde parallel-economie die met een beetje goede wil op ruilhandel kan lijken.
LETS-leden stellen hun vaardigheden, talenten en interesses ten dienste van
andere leden, zodat er een kring van activiteiten en klusjes ontstaat waarin
de begrippen solidariteit, gezelligheid en sociaal contact centraal staan. Aan
de Belgische oorsprong van LETS liggen organisaties zoals Netwerk Vlaanderen
en Actie Strohalm. Hun streven naar kleinschaligheid en alternatieve samenlevingsvormen
past perfect binnen het LETS-denken. 'We moeten er vooral op letten dat LETS
niet té groot wordt, want dan stort het systeem gegarandeerd in', zo
zeggen Karin Nolmans en Christel D'Haene, twee van de ongeveer twintig actieve
LETSers uit het Leuvense.
'LETS werkt niet met denkers maar doeners'
Het Local Exchange & Trading System klinkt ambitieuzer dan het in werkelijkheid
is. Het begrip zélf ruikt naar een gefundeerde planeconomie, gebaseerd
op marxistische geschriften. Of anderzijds naar een eerder marginaal commune-circuit,
louter bevolkt door jongeren die bewust uit het economische systeem willen stappen.
Een eerder marginale en anarchistische subcultuur. Noch met het ene, noch met
het andere heeft LETS ook maar iets te maken, zo benadrukken de leden.
De Lets-groepen in Nederland, zeker die in Amsterdam, neigen misschien een beetje
naar die subculturen, maar hier vormen we zeker geen protest-economie of iets
dergelijks. LETS zou je wel een soort lokale ruilhandel kunnen noemen,
een mensvriendelijke mini-economie waarin geen geld circuleert, maar waarin
de mensen een beetje zoals vroeger elkaar te helpen.
In de kleine dorpsgemeenschappen van Canada en Wales werkt LETS al jaren. Iemand
die er bedrijvig is in het repareren van fietsen, zal dat daar gratis voor iemand
anders doen. Zijn klant is op zijn of haar beurt weer getalenteerd in
iets anders en gebruikt die gave dan weer voor anderen. Van een geldelijke vergoeding
is in die transacties geen sprake. Enkel een simpel LETS-strookje (een alternatieve
variant van de maaltijdcheque, als je wil) is een tastbaar bewijs van
geleverde diensten.
'Maar die cheque moet je ook weer niet al te belangrijk maken', zegt Karin Nolmans.
Zij werkt overdag in een Brussels PMS-centrum, maar nogal wat overige uren draait
ze mee in het LETS-circuit, onderandere als kapster. Maar Karin houdt ook toezicht
op de LETS-verrichtingen middels een soort boekhouding. 'Niet om de leden op
de vingers te tikken of te controleren, wel als een soort tastbaar bewijs dat
LETS ook werkelijk functioneert. Een echte geldwaarde is in ons systeem niet
belangrijk, maar een klusje zoals haarknippen beschouwen we als iets van 20
LETS; dat zou je dan kunnen zien als plusminus 200 frank. En die strookjes dienen
alleen als een soort bewijs van engagement. Meer niet. Het is ook niet zo dat
je voortdurend het ene strookje doorgeeft aan de ander. Het is geen dienstenwissel
in de strikte zin van het woord.'
Geen denkers maar doeners
Om aan de LETS-deelnemers duidelijk te maken welke diensten en klussen binnen
de Leuvense groep beschikbaar zijn, circuleert een gedrukte gids, een beetje
te vergelijken met de uiteraard veel omvangrijkere Gouden Gids. Daarin staat
opgelijst wie wélk soort werk aanbiedt, compleet met telefoonnummers
en eventueel de beschikbare uren. En de soorten werk zijn bijzonder divers,
gaande van tuinieren, strijken, poetsen en koken tot wandelen met de hond van
iemand anders en zo nu en dan privé-chauffeur spelen. Maar ook poppenmaken,
tekstverwerking op de Apple-Mac of het geven van een Tai Chi-cursus zit in het
takenpakket.
'Die gids vullen we regelmatig aan, want de groep groeit', zegt Christel D'Haene.
'Dat is een beetje onze hoofdbekommernis. We willen liever niet dat de groep
deelnemers te groot wordt of dat de leden te ver uit mekaar wonen. In dat geval
zouden namelijk teveel leden niks essentieels doen voor de anderen en het zou
zelfs kunnen dat sommigen hun LETS-schap puur als hip of tof gaan beschouwen.
Leuk om over te babbelen, maar verder niets. Daar hebben we niets aan. We hebben
geen denkers nodig, we hebben doeners nodig.'
Menselijkheid
Karin en Kristel hoorden ongeveer een jaar geleden voor het eerst over LETS.
Het Radio-1 programma 'De Kleren van de Keizer' kondigde een Antwerpse studiedag
over het thema aan en een paar weken later bleek de Leuvense kring al actief
te zijn. 'Op zich niets bijzonder', zegt Kristel, 'want wat wij nu LETS noemen,
gebeurde vroeger voortdurend. De mensen hadden meer contact met elkaar en hielpen
elkaar ook vaker. Zonder enige geldelijke vergoeding, maar gewoon omdat het
leuk was om klussen samen te doen. Later is vooral in de steden dat menselijke
aspect weggevallen, maar met LETS kun je 't laten herleven.'
'Dat menselijke karakter is misschien wel het belangrijkste binnen het LETS-circuit,'
volgens Karin, 'Het samen doen van dingen die individueel eerder saai of eentonig
zouden zijn, zoals strijken of afwassen. Want vaak is het zo dat je, als je
overdag ook nog eens werkt, moet gaan kiezen, ofwel ga ik vanavond kleren herstellen,
ofwel ga ik een pint drinken en mensen ontmoeten. Het kan nooit samen. En daar
komt ook nog eens bij dat ik ook wel eens nieuwe mensen wil ontmoeten zónder
perse op café te moeten gaan. Wel, binnen LETS kan je beide dingen combineren
en dat maakt het aangenaam. Bovendien is er een soort creatieve meerwaarde die
meespeelt. Door het voortdurend uitwisselen vna vaardigheden en kennis, aak
je misschien in andere dingen geïnteresseerd. Dat zou veel minder het geval
zijn als je voortdurend alleen, of alleen maar met je partner, zou klussen.
En verder knip ik natuurlijk ook gewoon heel erg graag iemands haren, maar dat
klinkt zo stom...'
|